
Twee laatste piano's
Tijdens de laatste negen maanden van Beethovens leven stonden twee piano's staart tegen staart in Beethovens woonkamer: een Engelse piano van John Broadwood & Sons (1817) en een Weense van Conrad Graf (1825). Van de eerste hebben we al een replica gebouwd; de tweede zal binnen dit project worden gereconstrueerd. Tweehonderd jaar na de dood van de componist zullen de replica's van de twee instrumenten opnieuw vis-à-vis tegenover elkaar staan.
Vanwege Beethovens doofheid werden beide piano's uitgerust met constructies die als 'hoorapparaten' beschouwd kunnen worden: een zinken constructie in de vorm van een hoorn voor de Broadwood en een houten resonantie-doos voor de Graf. We zullen de laatste eveneens reconstrueren, als aanvulling op het reeds bestaande gehoorapparaat voor de Broadwood.
Wat zullen deze twee laatste piano's en hun respectieve gehoorapparaten ons vertellen over Beethovens 'late' pianomuziek?

Photo: Michiel Devijver
Late Beethoven materialiseren
Beethoven Vis-à-vis stelt voor om af te rekenen met de gangbare associaties rond 'late Beethoven' als een componist die in de laatste fase van zijn leven een immateriële of transcendente gemoedstoestand bereikte. Integendeel, wij beschouwen de ouder wordende en steeds dover wordende componist als iemand die op een even wezenlijke wijze als voorheen op materialiteit steunt. Beethoven blijft reageren op de mogelijkheden die instrumenten bieden, waarbij hij op nieuwe, creatieve manieren met deze instrumenten en hun gehoorapparaten interageert.
Zo werd de Broadwood belangrijk voor Beethoven omdat, in vergelijking met elke Weense piano, de vibratie-energie van de Engelse piano veel groter was en het instrument een dieper klavier had, wat hem veel meer tactiele informatie gaf. Als gevolg daarvan zou Beethovens begrip van klank zich hebben ontwikkeld tot iets dat complexer en multisensorisch is.
Een intrigerend kenmerk van de Beethoven-Graf is haar viervoudige besnaring, waarvan Graf moet hebben aangenomen dat deze bijzonder goed bij Beethoven zou passen. De Graf was niet alleen luider, maar zou ook veel meer mogelijkheden bieden voor klankkleuring — een uitgebreidere toolkit, al was het maar intellectueel, waarmee Beethoven aan zijn late strijkkwartetten kon werken.

Foto: © DeClassifying the Classics
Kunnen we Beethovens affiniteit met de Broadwood erkennen en hem toch nog steeds beschouwen als een fundamenteel Weense pianist-componist? En wat bood elk instrument dat het andere niet kon bieden?
Ons vis-à-vis-project zal de nieuw gebouwde Graf en Broadwood naast elkaar plaatsen, waardoor een dialectische ruimte ontstaat voor belichaamd onderzoek (embodied research) naar het laatste hoofdstuk van Beethovens carrière.
Verstrengeling en handicap
Het uitgangspunt van dit project is om onszelf te verstrengelen met Beethovens objecten en technologieën. Zal zo'n verstrengeling — voor zowel uitvoerder als luisteraar — ons dichter brengen bij het identificeren en begrijpen van de paradoxen, ambiguïteiten en transformaties die zijn 'late stijl'-muziek kenmerken? Zullen we ons afstemmen op de multisensorische aspecten van Beethovens dove componeren aan de piano? Zullen ten slotte de contouren die de twee instrumenten gescheiden houden beginnen te vervagen en in plaats daarvan plaatsmaken voor een 'twee-in-één'-hybriditeit, zoals ervaren door een enkele uitvoerende en componerende bodymind?
Beethoven Vis-à-vis heropent een repertoire dat zich uitstrekt van de 'Hammerklavier'-sonate opus 106 tot de Grande Fugue opus 134, en nodigt uit tot een hernieuwde betrokkenheid bij de ambiguïteiten, transformaties en materiële condities van Beethovens late stijl. Door 'dingmatigheid' (thingness) weer centraal te stellen in enkele van Beethovens beroemdste pianowerken, past dit project theorieën over verstrengeling (entanglement) toe op muziek als uitvoerende kunst, terwijl het dit combineert met disability studies om nieuwe inzichten te ontsluiten in Beethoven als een doof-creërende componist
Het volooien van een trilogie
Met de Graf-replica neemt het duo van pianobouwer en artistiek onderzoeker Maene en Beghin de derde van de drie nog bestaande Beethoven-piano's voor hun rekening: in 2013 voltooiden zij de replica van Beethovens Broadwood; in 2016 bouwden zij een replica van Beethovens Érard, als aanzet voor een meerjarig onderzoeksproject aan het Orpheus Instituut.
Het team
Aan het Orpheus Instituut, in samenwerking met de KU Leuven, wordt het project geleid door hoofdonderzoeker (Principal Investigator) prof. Tom Beghin, met de assistentie van doctoraal onderzoeker en docARTES-kandidaat Blake Proehl.
Dr. Katharina Preller, geassocieerd onderzoeker aan het Orpheus Instituut en postdoc-onderzoeker aan de LMU München (Duitsland), voert het organologische component van het project uit.
Dr. Katharina Preller, geassocieerd onderzoeker aan het Orpheus Instituut en postdoc-onderzoeker aan de LMU München (Duitsland), voert het organologische component van het project uit.
Het project vindt plaats in overleg met dr. Julia Ronge van het Beethoven-Haus Bonn (Duitsland).